Saturday, March 17, 2012

Made by: Youss

Hoofdstuk 1 Marcel

‘Albus. ALBUS! Wakker worden jij slaapkop!’ Albus deed zijn ogen open om te zien wie hem wakker had gemaakt zo vroeg op de ochtend althans, het voelde nog zo vroeg. Eenmaal zijn ogen open zag hij dat zijn zusje daar stond. Ze was altijd al zo druk en vrolijk maar vandaag leek ze wel nog drukker als normaal. Slaperig vroeg Albus waarom hij zo vroeg gewekt werd. ‘Vroeg?’ zei Lily verontwaardigd: ‘Ben je soms vergeten wat voor dag het is?’ Albus dacht even na, wat door zijn slaperigheid niet echt snel ging, en antwoordde toen: ’Volgens mij is het zaterdag.’ Hij zag de ogen van zijn zusje twinkelen, maar had geen idee waarom. Na nog een paar minuten glazig voor zich uit te hebben gestaard realiseerde hij zich opeens waarom zijn zusje hem zo vroeg wakker had gemaakt en met zo veel drukte uit bed probeerde te krijgen. Ze gingen vandaag inkopen doen op de Wegisweg voor het nieuwe schooljaar. Het wordt de eerste keer voor Lily dat er ook voor haar inkopen worden gedaan en daar keek ze al weken naar uit, ze had zo’n zin om ook naar Zweinstein te gaan. Lily zag aan Albus zijn gezicht dat hij door kreeg wat voor dag het was en zei daarop: ‘Kom je nog je bed uit?’
‘Eerst moet jij mijn kamer uit voordat ik mijn bed uit kom.’ reageerde Albus. Hij had namelijk geen zin om in zijn onderbroek voor zijn zusje te gaan staan. Lily liep de kamer uit, en Albus had het idee dat James het volgende slachtoffer zou zijn om wakker te worden gemaakt. Net toen Albus zijn bed uit stapte werd zijn vermoeden bevestigd, hij hoorde Lily nu James wakker maken, en zo te horen was James totaal niet van plan om vroeg uit bed te gaan, ook al had hij wel direct door wat ze vandaag zouden gaan doen.
Een paar minuten later zat toch iedereen aan de ontbijttafel. De ene iets vrolijker als de ander, maar ze zaten er allemaal. ‘Hoe laat gaan we naar de Wegisweg?’ vroeg Lily.
‘Als we allemaal klaar zijn met eten.’ Luidde het antwoordt van Harry. Albus kon het ongeduld op het gezicht van Lily aflezen toen James extra traag nog een broodje pakte en op at. ‘Waarom doet James toch zo veel mogelijk moeite om het vertrek te vertragen?’ dacht Albus.
Uiteindelijk was ook James klaar met eten en konden ze vertrekken naar de Wegisweg. In de auto op weg naar de Lekker Ketel, het café via waar ze naar de Wegisweg konden, begon James eindelijk zijn ochtendhumeur kwijt te raken. Eenmaal in de lekker ketel kwamen ze Marcel tegen. Alle 5 de Potters groette Marcel vrolijk en Marcel groette terug. ‘Professor’ begon Albus toen Marcel hem direct in de reden viel. ‘op school noem je mij professor Lubbermans, maar buiten school hoef je mij echt niet zo te noemen. Hier mag je mij rustig Marcel noemen.’ Albus wist wel dat hij buiten school Marcel mocht zeggen, maar het was zo’n gewoonte om professor te zeggen. Marcel is een goede vriend van Harry en Ginny, maar ook docent op Zweinstein. ‘Wat doe je eigenlijk hier Marcel?’ vroeg James, die nu sneller was als Albus met vragen. Marcel moest even lachen en antwoordde toen: ‘Ik wacht hier een dreuzel gezin op. Toen ik kwam vertellen dat hun dochter Irsa een heks is wilden ze dat niet geloven.’ ‘Maar waarom wacht u hier op ze?’ Vroeg Albus snel. ‘Omdat ze nogal schrokken en bang werden toen ik ze een beetje magie lieten zien als bewijs dat het bestaat, en omdat er met hun dochter duidelijk voorvallen van magie waren geweest. Vervolgens vertelde ik ze alles over Zweinstein en de Wegisweg en alle andere belangrijke dingen die ze moesten weten. Maar ze durven het niet om alleen over de Wegisweg te gaan en vinden het fijn als ze hier hulp zouden krijgen met alles. Nou bood ik dus aan om ze hier te helpen en dat aanbod namen ze aan.’ ‘Vandaar de grote verassing om jou hier tegen te komen.’ Zei Harry. ‘Pap, mam, gaan we nog onze spullen halen?’ vroeg Lily ongeduldig. ‘Gaan jullie maar snel, want Lily wordt ongeduldig.’ zei Marcel en meteen voegde hij daar aan toe: ‘Ik zie het dreuzel gezin ook komen. Ik zie jullie misschien nog wel op de Wegisweg.’
Na wat doei geroep gingen de vijf Potters naar de Wegisweg om hun spullen te kopen.

Hoofdstuk 2 Inkopen

Eenmaal op de Wegisweg aangekomen besluiten ze om bij Klieder&Vlek te beginnen. Als ze daar naar binnen lopen komen zien ze opeen Roos staan bij de gewone leesboeken. En een eindje verderop zien ze ook Hugo, Ron en Hermelien bij de schoolboeken staan. ‘Roos!’ roept Albus en Roos kijkt op uit het boek dat ze net had gepakt. ‘He, Albus. Leuk om je weer te zien.’ Roos is een nicht van Albus en zit ook in het 3e jaar. Tevens zijn het ook hele goede vrienden. ‘Ik dacht dat jullie pas volgende week inkopen gingen doen?‘ vroeg Albus. ‘Dat was eerst ook de bedoeling maar om een of andere reden wilden mijn ouder vandaag gaan.’ ‘Gezellig, dan kunnen we met zijn allen gezamenlijk inkopen doen. Zijn jullie al ergens anders geweest?’
‘Nee, wij zijn hier begonnen.’ En terwijl Roos dat zei legde ze het boek dat ze vast had weer terug op de plank. ‘en jullie dan, zijn jullie hier al lang?’ Vroeg Roos er nog achter aan. ‘Nee, wij zijn er ook net.’ Was het antwoord van Albus.
Terwijl Roos en Albus uitgebreid verder gingen praten liepen Harry, Ginny en Lily al naar Ron, Hermelien en Hugo terwijl James alleen door de winkel ging om zijn boeken te pakken.
Na een paar uur gedaan te hebben over alle inkopen gingen ze met z’n negenen naar de Lekke keten toe om daar nog even iets te drinken. Terwijl ze naar de Lekke Ketel liepen zagen ze nog net Irsa bij Olivanders naar binnen stappen. Albus wees toen even op haar en zei toen tegen Roos: ‘Dat is het dreuzel meisje waar Marcel bij mee op stap is.’ Toen ze bij de Lekke Ketel waren uitgedronken en weer naar huis gingen kwamen ze Irsa en haar ouder weer tegen, dit keer echter zonder Marcel. ‘Haar ouders kijken wel een beetje angstig.’ Fluisterde Roos naar Albus ‘Dat komt zeker omdat Marcel er niet meer bij is, ze moeten dus op hun weg naar huis weer zijn dan.’ Het viel Roos op dat Irsa zelf wel vrolijk keek.
‘Tot over twee weken Roos.’ Kon Albus nog net zeggen toen ze weer vertrokken. De Wemels gingen naar de haard van de Lekke Ketel en reisden via brandstof terug naar huis terwijl de Potters met de auto terug gingen.

De laatste twee weken van de vakantie was Lily erg druk, zelfs voor haar doen. Albus had vaak graag gewild dat ze iets rustiger deed maar dacht toen ook steeds dat het kwam omdat ze naar Zweinstein ging dit jaar. En dat als ze daar eenmaal was dat ze dan wel weer rustig werd. Toen ze na die laatste twee weken aan kwamen op perron 9¾ stonden de Wemels al voor de trein te wachten. James zocht direct zijn vrienden op en ging met hun de trein in op zoek naar een lege coupe. De andere vier bleven nog even bij hun ouders staan. ‘Roos, Albus.’ hoorden ze opeens. Het was Daan, een van hun vrienden. Daan liep naar hun toe. ‘Waar zijn Anne en Peter?’ Vroeg Roos. ‘Ik zag ze net de trein in gaan, laten wij daar ook snel heen gaan.’ Antwoordde Daan. Peter en Anne waren de laatste twee personen van hun vriendengroep van vijf personen. Al snel vonden ze Anne en Peter en gingen ze bij hun zitten. Hugo en Lily gingen ook niet lang daar achteraan de trein in en zochten met z’n tweeën een lege coupe op. Tijdens de treinreis zaten Albus, Roos, Daan, Peter en Anne vooral te praten over de vakantie en over het nieuwe schooljaar. Roos en Albus waren de enigste twee van hun die voorspellend rekenen en oude runen hadden gekozen als hun extra vakken. De rest van hun vrienden dachten dat dat geen leuke vakken konden zijn. Onder het praten zag Albus Irsa weer langs lopen, en hij was toen afgeleid van het gesprek in zijn coupe. Albus vond het vreemd maar hij had sinds hun inkopen op de Wegisweg regelmatig aan Irsa gedacht. Hij wist niet waarom Irsa hem zo intrigeerde. Waarschijnlijk komt het gewoon doordat haar ouders zo bang waren terwijl zei zo rustig en vrolijk daar rondliep hield hij zichzelf voor. Toen Irsa langs de coupe liep viel het hem op dat ze wel een stuk minder vrolijk liep dan op de Wegisweg.
‘Aarde aan Albus’ hoorde hij opeens en zag een hand voor zijn ogen zwaaien. ‘Wat is er?’ Vroeg hij en toen antwoordde Roos: ‘Dat werd tijd dat je wakker werd. We proberen je al vijf minuten te vertellen dat we bijna bij Zweinstein zijn en dat je je gewaad eens aan moet doen. Albus keek naar buiten en zag inderdaad dat het al begon te schemeren en kon in de verte Zweinstein al zien. ‘Heb ik dan zo lang in mijn gedachten gezeten.’ Vroeg Albus zich af. Terwijl Albus zich omkleedde begon de trein al vaart te minderen.

Hoofdstuk 3 Sorteerhoed

De trein stopte uiteindelijk op het station en iedereen stapte uit. Albus hoorde al direct het bekende ‘Eerste jaars, hier heen.’ wat Hagrid ieder jaar weer roept. Albus verheugde zich op het avondmaal, wat altijd weer heerlijk was. Eenmaal bij de koetsen stapte het vijftal in en reden ze naar het kasteel. Ze hadden veel geluk met het weer, het was een droge, warme avond. In de koets vroeg Peter opeens: ‘Albus, waar was jij met je gedachten in de trein?’
‘hmm, geen idee.’ Albus had wel een idee maar wilde dat niet mededelen aan de rest. De rit met de koets leek langer te duren als de vorige keer maar na verloop van tijd kwamen ze aan bij het kasteel. Foppe wilde dit jaar blijkbaar goed beginnen en begon gelijk op de eerste dag al leerlingen te bekogelen met krijtjes. Meestal wachtte hij daarmee tot op de tweede dag maar vandaag kon hij blijkbaar niet wachten. Met veel moeite wist Albus ongeschonden langs Foppe te komen, Ross had echter minder geluk en was duidelijk zichtbaar een paar keer geraakt door een krijtje. Ze had nu een wit gespikkeld Zweinstein gewaad aan. ‘Bah, waarom moet Foppe nou gelijk op de eerste dag beginnen?’ mopperde Roos een beetje. Zo te zien zat James twee plaatsen verderop aan tafel en het leek alsof hij nu al plannen smeed met zijn vrienden om een grap uit te kunnen halen. Hij hoorde nog net de naam Foppe uit James mond komen voordat de eerste jaars de zaal in liepen met voorop Marcel. Albus hoopte dat de naam Foppe uit James zijn mond betekende dat Foppe het slachtoffer zou worden, maar vreesde dat Foppe hun zou helpen bij een grap. Maar toch klonk dat vreemd, want Foppe werkt nooit samen met studenten. De enigste studenten op Zweinstein waar hij ooit naam heeft geluisterd zijn Albus zijn ooms Fred en George, waarvan Fred helaas bij de tweede tovernaarsoorlog het leven heeft gelaten. Toen de eerste jaars eenmaal vooraan stonden nam professor en schoolhoofd Minerva Anderling het woord. ‘Welkom iedereen voor weer een jaar op Zweinstein. De eerste jaars zullen zo worden ingedeeld in hun afdeling maar eerst wil ik nog een paar mededelingen doen. In het verboden bos is er een stuk vrij gemaakt voor verzorging voor fabeldieren. Je mag daar alleen komen als je ook dat vak volgt. Daar zijn dan de dieren aanwezig die ook bij verzorging voor fabeldieren voorkomen. Als je dat vak niet volgt dan mag je daar alleen onder begeleiding komen. Het rest van het verboden bos is nog steeds verboden gebied. De lijst met verboden voorwerpen is ook weer bijgewerkt voor dit jaar en hangt aan de deur van het kantoortje van onze conciërge, Argus Vilder. Ik kan dan alleen nog zeggen dat professor Lubbermans zo kan beginnen met de indelingsceremonie.’
‘Als ik je naam noem kom je naar voren en zet je de sorteerhoed op. De afdeling die hij noemt wordt dan jouw afdeling’ Vervolgde professor Lubbermans. Na een aantal namen kwam professor Lubbermans aan bij Potter, Lily. De hoed moest even denken waar hij Lily moest plaatsen, maar na een tijdje kwam er dan toch Griffoendor uit. Opgelucht liep Lily naar de tafel van Griffoendor en werd daar welkom geheten door iedereen. Nu zaten alle Potters bij Griffoendor. Even later kwam Hugo ook bij Griffoendor. Na Hugo was het de beurt aan Irsa om de hoed op te zetten. 

Nerveus zat Irsa op de kruk met de sorteerhoed op. Ze was bijna doorweekt van het zweet, zo gespannen was ze. Ze hoopte dat ze bij Griffoendor zou komen. Dan kwam ze tenminste bij Lily en Hugo, waarmee ze ook bij in de coupe zat in de trein. Ze vond hun wel aardig en hoopte dus echt dat ze bij hun op de afdeling kwam. Nar wel bijna 3 minuten kwam de hoed dan eindelijk met het antwoord, het werd Griffoendor. Opgelucht liep ze naar de tafel van Griffoendor en ging ze naast Hugo zitten. 

No comments:

Post a Comment